VZR Garant
Jouw reissom beschermd
KNMV Reisbegeleider
Kwaliteit bij groepsreizen
Google Reviews · 88 reviews
Vijftig genummerde haarspeldbochten over de hoogste pas van het land. Een rivier zo groen dat je telkens stopt om te kijken. Grenspassen naar Oostenrijk en Italië waar het verkeer dun is. Slovenië is half zo groot als Nederland, en toch liggen de Julische Alpen, de karst, de wijnheuvels en de Adriatische kust er op één dag rijden van elkaar. Het rijdt als de Alpen, en buiten de bekendste plekken is het er een stuk rustiger.
Onze nieuwe motorreis Slovenië: Julische Alpen & Soča-vallei rijd je in acht of tien dagen vanuit twee standplaatsen: Postojna, aan de rand van de Karst, en Kranjska Gora, aan de voet van de Vršič. De volgorde is geen toeval. Toen we deze reis zelf reden, merkten we dat Slovenië het best van zuid naar noord smaakt: eerst de grotten, de wijnheuvels en de rustige wegen van de Karst, dan door de Soča-vallei de bergen in, en pas op het laatst de Vršič en de Mangart. Zo geniet je van een reis die logisch opbouwt, met de hoogtepunten in de slotritten. Andere reizen beginnen met de koninginnenritten; wij bewaren ze, zodat elke dag een beetje mooier is dan de vorige!
De Vršič (1.611 meter) verbindt Kranjska Gora met de Trenta-vallei: 24 genummerde haarspelden omhoog, 26 omlaag. Russische krijgsgevangenen legden de weg aan in de Eerste Wereldoorlog, als bevoorradingsweg voor het Isonzofront; honderden van hen kwamen om in een lawine, en de houten kapel aan de noordkant is voor hen gebouwd. Aan die noordkant liggen de bochten nog deels in de originele kasseien: bij droog weer goed te doen, bij regen vragen ze respect. Sinds 2026 regelen slagbomen het verkeer op de pas. Doorrijden is gratis en op de top zijn aparte parkeerplaatsen voor motoren. Vroeg in de ochtend heb je de pas bijna voor jezelf; in het weekend deel je hem met fietsers.
Onder de Vršič ontspringt de Soča, die als smaragdgroen lint door Trenta, Bovec, Kobarid en Tolmin stroomt. De weg volgt de rivier door kloven en over bruggen, met zijwegen naar watervallen en forten uit de Eerste Wereldoorlog; bij Kobarid lag het Isonzofront, en het museum daar hoort bij de beste oorlogsmusea van Europa. Vanuit Log pod Mangartom klimt de hoogste weg van Slovenië in zeventien haarspelden en door vijf onverlichte tunnels naar bijna 2.000 meter, vlak onder het Mangart-zadel, met Italië onder je. Het is een doodlopende tolweg; wie liever doorrijdt, neemt de Predel-pas naar Italië, een rustige grensovergang met naast de weg een stenen leeuw voor de verdedigers van het fort in 1809.
Het meer van Bled, met het eiland en het kasteel op de rots, is het bekendste plaatje van Slovenië en dus ook het drukste. Een half uur verderop ligt het meer van Bohinj: stiller, groter en aan de voet van de Triglav (2.864 meter), de hoogste berg van het land en het symbool op de Sloveense vlag. Daartussen slingeren de wegen over het Pokljuka-plateau en door de Radovna-vallei, allebei in het nationaal park, waar je alleen op aangewezen plekken parkeert en het gas wat terugneemt.
Ten oosten van de Karawanken liggen de Kamnik-Savinja Alpen, met de Logarska dolina als mooiste dal: een doodlopende gletsjervallei met de Rinka-waterval aan het eind. De Solčava-panoramaweg erboven en de grenspassen naar Oostenrijk bij Jezersko en Pavličevo sedlo zijn smal, stil en bochtig. Hier kom je weinig verkeer tegen; het tempo is laag en het uitzicht hoog.
Ten zuidwesten van de Alpen verandert het landschap: de wijnheuvels van Goriška Brda en de Vipava-vallei, de karst met de grotten van Postojna en Škocjan en het rotskasteel van Predjama, en uiteindelijk de Adriatische kust bij Piran. Het klimaat wordt mediterraan en de wegen worden rustiger. Onze reis begint hier, met twee nachten bij Postojna.
Veel motorreizen door Slovenië beginnen in de bergen en zakken daarna af naar de Karst. Wij draaien het om, uit eigen ervaring: eerst de grotten, de Vipava-vallei en de wijnheuvels van Brda, wegen waar je het land leert kennen en de bochten in je vingers krijgt, dan door de Soča-vallei de bergen in, en de Vršič, de Mangart en de rondrit om de Triglav als slotritten. Vergelijk het met Italië: rijd je liever eerst de Dolomieten en daarna Toscane, of van Toscane de Dolomieten in?
Twee standplaatsen, geen rondreis. Vanuit Kranjska Gora ligt de Vršič aan het eind van de straat en zijn de Soča-vallei, de Mangart, Bled, Bohinj en de Logarska dolina rondritten: je pakt je koffers één keer uit in de bergen en rijdt de rondritten zonder bagage. De routes hebben we zelf gereden en we slapen zelf in de hotels. Je ontvangt de dagroutes als GPX-bestanden voor je navigatie, op de meeste dagen met een korte en een lange variant, zodat je het tempo zelf bepaalt. Wie bij regen liever asfalt onder de wielen heeft, neemt de Predel. De hotels kiezen we op ligging, karakter en een goede keuken.
De Vršič is van ongeveer begin mei tot eind oktober open, afhankelijk van de sneeuw; de Mangart-weg gaat pas half of eind juni open. Onze reis rijd je van begin juni tot en met september. Rijd je vroeg in juni, dan kan die ene zijweg naar de Mangart nog dicht zijn; de rest van de route niet. De Predel, de Wurzenpas en de Loibl zijn het hele jaar berijdbaar. De beste maanden zijn juni en september: lange dagen, open passen en veel minder verkeer dan in juli en augustus, als Italiaanse en Duitse vakantiegangers de Soča-vallei en Bled vullen. In mei kan er boven nog sneeuw liggen. In de bergen slaat het weer ook in de zomer snel om, vooral ’s middags met onweer; neem regenkleding en een warme laag mee.
Van Utrecht naar de Julische Alpen is ruim 1.100 kilometer, via Duitsland en Oostenrijk. Dat kan in één lange dag, maar leuk is het niet; de meeste motorrijders rijden het in twee etappes met een stopover in Zuid-Duitsland of Oostenrijk. Bij de tiendaagse variant van onze reis zijn de stopovers in Zuid-Duitsland inbegrepen. Rijd je in Oostenrijk over de snelweg, dan heb je het Oostenrijkse digitale vignet nodig, met aparte tol voor de Tauerntunnel. Vanuit Villach kies je zelf: de Karawankentunnel met tol, de tolvrije Wurzenpas, of de omweg via Tarvisio en de Predel. Onze reis rijdt onderweg bovendien twee van de mooiste bergwegen van Oostenrijk, de Nockalmstraße en de Grossglockner Hochalpenstraße; meer daarover lees je bij onze motorreizen in Oostenrijk.
Alleen op de snelwegen en autowegen. Het e-vignet is digitaal en gekoppeld aan je kenteken, dus er komt geen sticker op je motor; je koopt het vooraf online bij de Sloveense wegbeheerder. Op de bergwegen en regionale wegen, dus op de Vršič, in de Soča-vallei en rond Bled, heb je het niet nodig. Kom je door de Karawankentunnel, dan betaal je daar een aparte tol; over de Wurzenpas rijd je Slovenië tolvrij binnen. De bedragen van vignetten en tolwegen staan in ons blog over tolwegen en vignetten voor motorrijders in Europa.
Ja, met rust en vertrouwen in je motor. De kasseien aan de noordkant en hellingen van meer dan twaalf procent vragen een laag tempo, zeker met bagage; bij nat weer rijd je ze langzaam. De routes zijn gemaakt voor motorrijders met normale rijervaring en een beetje bergervaring. Wie de pas bij regen liever overslaat, rijdt via Tarvisio en de Predel naar de Soča-vallei: een gewone bergweg zonder kasseien, het hele jaar open, al is ook die richting Bovec hier en daar smal.
Tot de parkeerplaats op bijna 2.000 meter, vlak onder het zadel. Het laatste stuk is al jaren afgesloten vanwege steenslag. De weg is smal, de vijf tunnels zijn onverlicht en de entree betaal je bij de slagboom; op drukke dagen laat de beheerder maar een vast aantal voertuigen tegelijk toe. Rij hem bij droog weer en liefst ’s ochtends.
De hoofdwegen en de bekende passen zijn goed geasfalteerd. Op de kleine binnenwegen is het asfalt ouder en ruwer, soms met grind in de bochten of wegwerkzaamheden zonder omleiding. Juist die wegen zijn het leukst om te rijden, dus rij ze met aandacht en laat je niet verleiden door een lege weg.
Op de meeste wegen een stuk rustiger dan in de Dolomieten of rond de Grossglockner. De uitzonderingen zijn de weekenden in juli en augustus op de Vršič, waar Italianen en Oostenrijkers voor een dagtocht komen, en de meren van Bled en Bohinj, waar de parkeerplaatsen in het hoogseizoen vol raken. De Logarska dolina, de Karst en de grenspassen naar Oostenrijk zijn ook dan merkbaar rustiger.
Dimlicht is ook overdag verplicht. Binnen de bebouwde kom rijd je 50, buiten 90, op autowegen 110 en op snelwegen 130 km/u. De alcohollimiet is 0,5 promille. Een reflecterend hesje hoort in je koffer, voor rijder én passagier: volgens de ANWB moet je het bij pech langs de weg dragen.
Met Engels kom je vrijwel overal terecht; in de grensstreken hoor je ook Duits en Italiaans. Slovenië is euroland en heeft dezelfde tijdzone als Nederland. Pinnen kan vrijwel overal; neem wat contant geld mee voor berghutten, de Mangart en de Logarska dolina.
Liever de bekende passen van Tirol en de Dolomieten? Kijk dan bij onze motorreizen door de Alpen.